Maandag had ik flink geluncht en ’s avonds had ik niets bijzonders in huis om te eten en toen bedacht ik dat ik wat dingen uit de koelkast zou opmaken. Dus even later zat ik gezellig met een wijntje, olijven, gegrilde paprika en bruschetta erbij m’n blogje van maandag te schrijven en mailtjes te beantwoorden. Wat het was is me nog niet helemaal duidelijk maar dinsdagochtend voelde ik me heel beroerd. Holtes in voorhoofd en wangen verstopt en daardoor flinke hoofdpijn en misselijk geweest, waarschijnlijk ook omdat ik niet meer gewend was een paar glaasjes wijn te drinken. Dinsdag meldde ik me dus ziek en heb ik flink gestoomd, aan de vitamines en veel geslapen. ’s Avonds moest ik toch weer even verder met inpakken, maar de ‘kuurdag’ en nog een nacht goede slaap waren genoeg om woensdag weer aan het werk te gaan. Net als maandag ook nu weer met twee volle tassen kleding, boeken en papierwerk in de metro naar PwC om die spullen in de kartonnen doos te doen die PwC voor me verzendt naar Nederland. En op woensdag stond de afscheidslunch gepland voor Kayann en mij, dus met zowel de content strategies group als global brand. Kayann was nu ziek, na eerder al Dennis en mij, maar lapte zich op om toch tussen de middag naar Pershing Square (
http://pershingsquare.com) te komen waar we gezellig met een groep van zo’n negen man hebben zitten bijkletsen. Toen ik iedereen aan tafel bedankte voor de enorme leuke en leerzame ervaring van zo’n tijd bij PwC in New York kreeg ik het al even ’n beetje moeilijk…
Heb ook nog een gesprek gehad met degene die mijn directe leidinggevende was hier. Ze zou het evaluatieformulier nog wel invullen en wilde vooral van mij horen hoe ik het had gehad. In de middag ging het gevoel toch knagen dat ik nog steeds niet wist of ze over mij wel tevreden waren geweest, ik had in al die drie maanden niets gehoord, ook niet over de kwaliteit of inhoud van projecten die ik afleverde, de snelheid van werken of m’n houding. Terwijl je in een nieuwe rol, in een andere cultuur, in een drukke, veeleisende stad in een ander land zit. Voordat ik hier zou vertrekken wilde ik dat toch weten, anders zou ik er toch onrustig over zijn. Dus einde dag toch nog een gesprek gevraagd en het daarover gehad. Ze was verbaasd dat ik me dat afvroeg, het bleek het tegendeel, ze had van iedereen in ons team gehoord dat ze enorm tevreden over mij waren, ik was boven de gemiddelde secondee uitgestegen en had meer laten zien en geleverd dan hun verwachting, was proactiever en zelfstandiger geweest en opvallend sterk in contacten naar anderen. Dat gaf duidelijkheid en was erg leuk om te horen uiteraard, nu kon ik met gerust hart vertrekken.
Einde middag sms’te ik twee Nederlandse vrienden die naar New York waren gevlogen om zondag de marathon te lopen. Ze zijn hier voor het eerst en liepen net hun hotel uit in de buurt van Times Square. Daar ging ik heen om met ze naar mijn appartement te lopen, even m’n laptop gedropt en toen naar Greenwich Village voor de Halloween Parade. We hadden al gelezen op een lichtkrant op Times Square dat er al een miljoen mensen zich verzameld hadden daar…toen we de metro uitstapten op W 4 str. bleek dat er nog eens wat mensen bijkwamen, we hebben er een halfuur over gedaan om boven te komen, voetje voor voetje schuifelend door de metrogangen en het trapje op, flink in de verdrukking af en toe…het was het wel waard, want de parade was erg leuk. Soort carnaval, allemaal loopgroepen en een enkele praalwagen met soms een thema maar vaak niet, mensen in allerlei kostuums, de bloederige taferelen en doodskoppen gelukkig in de minderheid. Het stond drie rijen dik langs de kant, op de 6th avenue. Rond een uur of negen kreeg de jetlag Linda en Richard te pakken en gingen zij naar huis. Ik probeerde collega’s te pakken te krijgen die ook naar de parade zouden gaan. Het mobiel verkeer was zo druk dat er niets van terecht kwam. Een collega zat al in een kroeg in Soho maar ik kon er niets eens komen, ik moest de 6th av daarvoor oversteken en dat kon niet. Pas vlak bij huis kon dat, maar het vooruitzicht weer zo’n mudvolle metro in te moeten weerhiel me, ik kroop lekker m’n bedje in, me enorm verheugend om Benjamin de dag erna weer in z’n armen te vliegen.